ECLI:NL:RVS:2009:BG9738
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- W. Konijnenbelt
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling sluiting horeca-inrichting en weigering exploitatievergunning Rotterdam
Bij besluiten van 15 december 2006 heeft de burgemeester van Rotterdam een algehele sluiting van een horeca-inrichting bevolen en de aanvraag van exploitatievergunningen en nachtontheffingen afgewezen. De burgemeester stelde dat appellant A betrokken was bij het faciliteren van illegale prostitutie en niet voldeed aan eisen van goed levensgedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het beroep van appellant B ongegrond. Appellant A stelde dat hij wel degelijk belang had bij de beoordeling van zijn beroep vanwege de aantasting van zijn goede naam.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant A wel procesbelang heeft en vernietigde het niet-ontvankelijkheidsbesluit. De overige onderdelen van het vonnis, waaronder de inhoudelijke afwijzing van het beroep, werden bevestigd. De Afdeling vond de rapporten en getuigenverklaringen voldoende onderbouwing voor de besluiten van de burgemeester en wees de stelling van onvoldoende motivering af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en appellant A kreeg het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellant A wordt gegrond verklaard inzake procesbelang maar inhoudelijk ongegrond; het beroep van appellant B wordt ongegrond verklaard en de sluiting en weigering van vergunningen worden bevestigd.