ECLI:NL:RVS:2009:BG9792

Raad van State

Datum uitspraak
14 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200803360/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
  • G.A.A.M. Boot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke toetsing weigering bouwvergunning ponyschuilstal en carport

Het college van burgemeester en wethouders van Voorst weigerde op 10 november 2006 een bouwvergunning te verlenen voor een ponyschuilstal en een carport op een perceel te Voorst. Na bezwaar verklaarde het college dit ongegrond, waarna de rechtbank Zutphen het besluit vernietigde en het college verplichtte de vergunning te verlenen.

Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de bouwwerken strekken tot vergroting van het woongenot en voldoen aan de criteria van artikel 2, aanhef en onder b, van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, zodat geen vergunning vereist is.

Het beroep van het college op een eerdere uitspraak van de rechtbank werd verworpen omdat deze niet bindend was voor de onderhavige zaak. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €644,00 en griffierecht van €433,00.

Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200803360/1.
Datum uitspraak: 14 januari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Voorst,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 31 maart 2008
in zaak nr. 07/1608 in het geding tussen:
[wederpartij A] en [wederpartij B] wonend te [woonplaats]
en
het college van burgemeester en wethouders van Voorst.
1. Procesverloop
Bij besluit van 10 november 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorst (hierna: het college) geweigerd [wederpartij A] bouwvergunning te verlenen voor een ponyschuilstal en een carport op het perceel [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 14 augustus 2007 heeft het college het door [wederpartij A] en [wederpartij B] (hierna: [wederpartij]) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 31 maart 2008, verzonden op 7 april 2008, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 14 augustus 2007 vernietigd, het besluit van 10 november 2006 herroepen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 mei 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij ongedateerde brief, ingekomen op 5 juni 2008.
[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 januari 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. G. Looijen, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [wederpartij A], in persoon en bijgestaan door mr. W.G. Tideman, gemachtigde, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Anders dan het college betoogt is de rechtbank op goede gronden tot het juiste oordeel gekomen dat de ponyschuilstal en de carport strekken tot vergroting van het woongenot als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder b, van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken en aan de desbetreffende kenmerken van dat artikel voldoen, zodat voor beide bouwwerken geen bouwvergunning is vereist.
2.2. Het beroep van het college op de uitspraak van de rechtbank van 22 november 2006 in zaak nr. 05/996 slaagt niet. Die uitspraak staat in deze procedure niet ter beoordeling en de rechtbank was aan die uitspraak, wat daar overigens van zij, voor haar oordeel in de onderhavige zaak niet gebonden.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Voorst tot vergoeding van bij [wederpartij A] en [wederpartij B] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Voorst aan [wederpartij A] en [wederpartij B] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;
III. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van de gemeente Voorst griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieëndertig euro) heft.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A.A.M. Boot, ambtenaar van Staat.
w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Boot
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2009
202.