Uitspraak
200703557/1 en 200703557/2heeft de voorzitter van de Afdeling, voor zover thans van belang, het door [belanghebbende] daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard.
200703557/1 en 200703557/2), biedt de omstandigheid dat de verleende vrijstelling voor maximaal vijf jaar is verleend onvoldoende waarborg dat sprake is van een tijdelijke situatie. Teneinde het tijdelijke karakter te mogen aannemen, dienen daartoe concrete, objectieve gegevens voorhanden te zijn. Bij het ontbreken daarvan is toepassing van artikel 17 van Pro de WRO niet mogelijk.
200703557/1 en 200703557/2overwogen dat voldoende objectieve gegevens voorhanden zijn om aan te nemen dat het parkeerterrein niet langer dan vijf jaar in gebruik zal zijn. Voor zover nadien is gebleken dat één van de supermarkten niet bereid is een zodanige overeenkomst te sluiten en de procedures omtrent de nieuwbouw aan de Dorpsvenne en Overtuinen meer tijd in beslag nemen dan verwacht, wordt opgemerkt dat de rechtbank het besluit van 25 juli 2006 terecht heeft getoetst naar de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van dat besluit. Ten tijde van het besluit van 25 juli 2006 was voldoende aannemelijk dat de supermarkten binnen de aan de voor het parkeerterrein verleende vrijstelling verbonden termijn van vijf jaar hun intrek in de nieuwbouw kunnen nemen. Ter zitting heeft het college bovendien te kennen gegeven dat in de huurovereenkomsten met de supermarkten op het perceel is opgenomen dat de huur van rechtswege afloopt op 1 februari 2012 of zoveel eerder als de nieuw te ontwikkelen locatie gereed is voor ingebruikneming en dat het eventueel niet tijdig gereedkomen van de nieuwe locatie niet afdoet aan de verplichting om het perceel te verlaten. Indien met één van de supermarkten geen overeenkomst wordt gesloten, zal dat, zo heeft het college verklaard, niet leiden tot overschrijding van de termijn van vijf jaar maar hooguit tot het verplaatsen van die supermarkt naar een andere tijdelijke locatie.
200703557/1 en 200703557/2. De rechtbank heeft terecht overwogen dat uit de door [appellant] overgelegde Spoorbrief van de gemeente Zuidhorn van januari 2006 niet kan worden afgeleid dat beleidsvorming of locatiebepaling van het transferium heeft plaatsgevonden, reeds omdat daarin slechts is vermeld dat in opdracht van het college onderzoek wordt gedaan naar een verdere doorontwikkeling van het transferium. Aan uitlatingen van de burgemeester in dit verband kan niet de betekenis worden toegekend die [appellant] daaraan gehecht wil zien. Daarbij merkt de Afdeling op, dat [appellant] het college kan houden aan diens zonder voorbehoud ingenomen stellingname, dat de termijn van vijf jaar niet zal worden overschreden.