ECLI:NL:RVS:2009:BH0443

Raad van State

Datum uitspraak
21 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200802276/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P.A. Offers
  • M.W. Wijers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering lichte bouwvergunning voor berging nabij woning in Zaanstad

Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad weigerde op 21 maart 2007 een lichte bouwvergunning voor een berging op een perceel in Zaanstad. Het bezwaar van de wederpartij werd op 6 juli 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college.

Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de berging als een bijgebouw moest worden beoordeeld, terwijl het volgens het college een aanbouw betrof. De welstandsnota van Zaanstad onderscheidt namelijk een aanbouw als een grondgebonden toevoeging aan een gevel en een bijgebouw als een losstaand gebouw. De welstandscommissie had het bouwplan getoetst aan de criteria voor aanbouwen, terwijl volgens het college de criteria voor bijgebouwen niet van toepassing zouden zijn.

De Raad van State oordeelde dat de berging op ongeveer vijf centimeter afstand van de woning staat en daarmee volgens de welstandsnota als een bijgebouw moet worden beschouwd. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het welstandsadvies gebreken vertoonde en dat het college dit advies niet zonder meer aan het besluit had mogen ten grondslag leggen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

200802276/1.
Datum uitspraak: 21 januari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 20 februari 2008 in zaak nr. 07-5724 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad.
1. Procesverloop
Bij besluit van 21 maart 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad (hierna: het college) geweigerd aan [wederpartij] een lichte bouwvergunning te verlenen voor een berging op het perceel [locatie] te [plaats].
Bij besluit van 6 juli 2007 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 februari 2008, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 6 juli 2007 vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft het college bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 31 maart 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 29 april 2008.
[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.
Het college en [wederpartij] hebben nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 december 2008, waar het college, vertegenwoordigd door mr. E.J.M.J.J. Houben, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [wederpartij], vertegenwoordigd door T. Swerink, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het college betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat visueel niet waarneembaar is dat de berging los staat van de woning, zodat deze berging voor wat betreft welstand kon worden beoordeeld als aanbouw en niet als bijgebouw.
2.1.1. In de Welstandsnota Zaanstad (hierna: de welstandsnota) is een aan- of uitbouw omschreven als een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw. Een bijgebouw is omschreven als een grondgebonden gebouw van één bouwlaag dat los op het erf van het hoofdgebouw staat en meestal is bedoeld als schuur, tuinhuis of garage.
2.1.2. De Stichting Welstandszorg Noord-Holland (hierna: de welstandscommissie) heeft het bouwplan blijkens haar advies van 13 maart 2007, dat aan de besluitvorming ten grondslag is gelegd, getoetst aan de welstandscriteria voor Kleine plannen 1 uit de welstandsnota. Deze op aan- en uitbouwen van toepassing zijnde welstandscriteria schrijven voor dat de gevelkleur en het materiaalgebruik zijn afgestemd op het hoofdgebouw.
2.1.3. De berging bevindt zich op ongeveer vijf centimeter van de woning, waaraan een loodslab is aangebracht die los over de tussenruimte en de berging ligt. De rechtbank heeft terecht overwogen dat in de terminologie van de welstandsnota sprake is van een bijgebouw. De welstandsnota biedt geen ruimte voor een uitleg van de begrippen aanbouw en bijgebouw zoals door het college voorgestaan. Op een bijgebouw zijn de welstandscriteria voor Kleine plannen 2 van toepassing zijn. Deze welstandscriteria stellen andere eisen aan de gevelkleur en het materiaalgebruik dan de welstandscriteria waaraan de welstandscommissie heeft getoetst. De rechtbank heeft dan ook terecht geconcludeerd dat het welstandsadvies naar inhoud en wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoonde dan het college dat advies niet zonder meer aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen.
Het betoog faalt.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. verstaat dat de secretaris van de Raad van State van de gemeente Zaanstad griffierecht ten bedrage van € 433,00 (zegge: vierhonderddrieëndertig euro) heft.
Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van Staat.
w.g. Offers w.g. Wijers
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2009
444