Uitspraak
200800011/1) komt de minister bij de beoordeling of onvoldoende waarborgen aanwezig zijn, beoordelingsvrijheid toe die door de rechter terughoudend dient te worden getoetst.
Raad van State
De minister van Binnenlandse Zaken weigerde aan de wederpartij een verklaring van geen bezwaar af te geven vanwege justitiële gegevens die duiden op diefstal met geweld en onder verzwarende omstandigheden. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit en oordeelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met het persoonlijke belang van de wederpartij.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die oordeelde dat de minister beoordelingsvrijheid heeft bij het weigeren van de verklaring en dat het belang van de nationale veiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van de betrokkene. De Raad stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De Raad verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Tevens werd het besluit van 12 augustus 2008 van de minister, waarin het bezwaar van de wederpartij niet-ontvankelijk werd verklaard, vernietigd omdat de grondslag daarvan was komen te vervallen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de ruime beoordelingsvrijheid van de minister bij veiligheidsonderzoeken en de afweging tussen nationale veiligheid en persoonlijke belangen.
Uitkomst: De minister is bevoegd de verklaring van geen bezwaar te weigeren vanwege onvoldoende waarborgen dat betrokkene de vertrouwensfunctie getrouw zal vervullen.