ECLI:NL:RVS:2009:BH0759
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beleidsvrijheid staatssecretaris bij verblijfsvergunning voor homoseksuelen uit Iran
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen met ingang van 29 november 2006, de datum van inwerkingtreding van het beleid neergelegd in WBV 2006/38.
De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de ingangsdatum van het beleid de toets in rechte kan doorstaan, mede gelet op een brief van Human Rights Watch die volgens hem terugwerkende kracht van het beleid niet rechtvaardigt. De rechtbank had echter vastgesteld dat de staatssecretaris beleidsvrijheid toekomt bij de vaststelling van het beleid en dat de korte periode tussen de HRW-brief en het beleid geen grond geeft om de ingangsdatum onrechtmatig te achten.
De Raad van State bevestigt deze overwegingen en oordeelt dat de staatssecretaris terecht de verblijfsvergunning met ingang van die datum heeft verleend. Het hoger beroep wordt dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.