ECLI:NL:RVS:2009:BH1850
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek voorrang woningtoewijzing wegens zelf veroorzaakte noodsituatie
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om voorrang bij woningtoewijzing vanwege een acute noodsituatie nadat zij op last van de rechter haar woning moest ontruimen. Het college wees dit verzoek af omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor een voorrangsverklaring, met name omdat de ontstane noodsituatie aan haarzelf te wijten was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte was uitgegaan van rapportages die mede aan het ontbindingsvonnis ten grondslag lagen en dat er sprake was van psychische overmacht. Verder voerde zij aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de problematische situatie niet als psychische overmacht werd aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht had vastgesteld dat appellante de situatie zelf had veroorzaakt en dat dit geen acute noodsituatie door overmacht betrof. De rapportages waren zorgvuldig opgesteld en ondersteunden dit oordeel. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 4 februari 2009 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om voorrang bij woningtoewijzing bevestigd.