ECLI:NL:RVS:2009:BH1866
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek fontein wegens ontbreken inrichting in milieurechtelijke zin
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer wees een verzoek af om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen een fontein op een plein in Amsterdam vanwege geluidsoverlast. Het bestuur oordeelde dat de fontein geen inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer omdat het geen bedrijfsmatige of bedrijfsmatig gelijkgestelde activiteit betreft.
De appellanten betoogden dat de fontein wel degelijk een inrichting is, omdat er krachtstroom wordt gebruikt en afvalwater wordt gezuiverd en verpompt, en dat de activiteiten onder bepaalde categorieën van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer vallen. Tevens stelden zij dat het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is en dat het dagelijks bestuur daarom bevoegd is handhavend op te treden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bestuursorgaan geen beoordelingsvrijheid heeft over de vraag of iets een inrichting is; dit is een objectieve maatstaf. Gelet op de feiten is de fontein geen inrichting omdat het geen bedrijfsmatige of gelijkgestelde bedrijvigheid betreft. Hierdoor zijn de genoemde categorieën en het Activiteitenbesluit niet van toepassing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat niet iedere activiteit met technische voorzieningen automatisch een inrichting vormt binnen milieurechtelijke zin.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek tegen de fontein wordt ongegrond verklaard omdat de fontein geen inrichting is in de zin van de Wet milieubeheer.