ECLI:NL:RVS:2009:BH1870
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bouwvergunning en bezwaren inzake erfdienstbaarheid en bedrijfsbereikbaarheid
Het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk verleende op 19 december 2006 een bouwvergunning voor het gedeeltelijk vergroten van een woning op een perceel te Oisterwijk. [Appellant] maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat er in afwijking van de vergunning werd gebouwd en dat het bouwplan de erfdienstbaarheid en daarmee de bereikbaarheid en bedrijfsvoering van zijn bedrijf ernstig belemmerde.
Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en ook de voorzieningenrechter van de rechtbank Breda wees het beroep van [appellant] af. Tegen deze uitspraak stelde [appellant] hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat afwijkingen van de bouwvergunning een handhavingskwestie zijn en niet in de vergunningprocedure aan de orde kunnen komen. Daarnaast is volgens artikel 44 van Pro de Woningwet het bestaan van een erfdienstbaarheid geen reden om een bouwvergunning te weigeren, ook niet als dit de bedrijfsvoering en bereikbaarheid beïnvloedt.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning blijft van kracht.