ECLI:NL:RVS:2009:BH1881
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving opslag in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede legde op 9 maart 2007 aan appellant een last onder dwangsom op om de opslag van diverse goederen en materialen in de voortuin van zijn woning en op een tegenoverliggend perceel te verwijderen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat er geen sprake was van opslag in strijd met het bestemmingsplan, omdat de goederen slechts tijdelijk stonden.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de percelen als opslagplaats werden gebruikt in strijd met het bestemmingsplan "Dorp Cothen" en "Buitengebied 2003". Het college had op grond van de planvoorschriften en de controlerapporten terecht handhavend opgetreden.
Appellant voerde verder aan dat handhaving onevenredig was en stelde een beroep op het gelijkheidsbeginsel, maar deze gronden faalden omdat appellant geen bijzondere omstandigheden had gesteld en het gelijkheidsbeginsel niet tijdig was aangevoerd. Ook de hoogte van de dwangsom werd door de Raad van State als redelijk beoordeeld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd waarbij het college terecht handhavend heeft opgetreden tegen opslag in strijd met het bestemmingsplan.