Uitspraak
200504725/1, heeft de Afdeling dit besluit vernietigd.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe legde op 29 oktober 2004 een last onder dwangsom op aan appellant wegens overtreding van artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, omdat 7.000 ton compostresidu in afscheidingswallen op een perceel aan de Hoogeveenseweg in Tiendeveen was aangebracht.
Appellant voerde aan dat het compostresidu geen afvalstof was, maar als compost en bouwstof kwalificeerde, waardoor het stortverbod niet van toepassing zou zijn. De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of de afscheidingswallen binnen de inrichting van de golfbaan lagen, die als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer is aangemerkt.
Daarom kon niet worden vastgesteld of artikel 10.2, eerste lid, Wet milieubeheer was overtreden. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het bezwaar van appellant ongegrond werd verklaard en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep van Terra Intermediair en anderen werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Besluit last onder dwangsom vernietigd wegens onvoldoende onderzoek locatie compostresidu binnen inrichting; college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.