ECLI:NL:RVS:2009:BH2488
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Boll
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Intrekking milieuvergunning veehouderij wegens niet-gebruik gedurende drie jaar
Het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden heeft op 14 oktober 2008 een milieuvergunning voor een veehouderij gedeeltelijk ingetrokken wegens het niet gebruiken van de vergunning gedurende drie jaar, conform artikel 8.25 van de Wet milieubeheer. De vergunning betrof het houden van vleesvarkens en vrouwelijk jongvee.
Appellanten stelden dat zij wel vee hielden in de drie jaar voorafgaand aan het besluit en dat het college ten onrechte bewijs van meitellingen of mestboekhouding verlangde, terwijl het vee op een ander adres geregistreerd stond. Tevens werd aangevoerd dat het college onzorgvuldig had gehandeld en dat het besluit was genomen met een ander doel dan wettelijk toegestaan (détournement de pouvoir).
De Raad van State oordeelde dat tijdens controlebezoeken geen vee werd aangetroffen, behalve tien stuks jongvee in 2003, en dat appellanten onvoldoende bewijs hadden geleverd dat zij de vergunning daadwerkelijk gebruikten. Het college had het beleid niet gewijzigd en had het besluit voldoende gemotiveerd. De klachten over onzorgvuldigheid en détournement de pouvoir faalden eveneens.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke intrekking van de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.