ECLI:NL:RVS:2009:BH2499
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit CBR tot onderzoek rijgeschiktheid na ernstig onaangepast rijgedrag
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een besluit van het CBR waarin hij werd verplicht mee te werken aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Dit besluit was gebaseerd op een proces-verbaal van de politie waarin appellant werd beschuldigd van ernstig onaangepast rijgedrag tijdens een achtervolging op 9 juni 2006.
Appellant voerde aan dat het gedrag niet als ernstig onaangepast kon worden aangemerkt omdat het werd veroorzaakt door de politieachtervolging en dat het onterecht was dat in het besluit werd vermeld dat hij na het plegen van een misdrijf was weggereden. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat het proces-verbaal betrouwbaar is en dat het CBR terecht heeft geoordeeld dat het rijgedrag van appellant ernstig onaangepast was. De mogelijke strafrechtelijke betrokkenheid van appellant bij een misdrijf is niet relevant voor het bestuursrechtelijke oordeel over zijn rijgeschiktheid.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot onderzoek rijgeschiktheid wordt bevestigd.