ECLI:NL:RVS:2009:BH2515
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing rangschikking landgoed Hoenderdaell onder Natuurschoonwet 1928
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Financiën hadden het verzoek van de wederpartij om rangschikking van de onroerende zaak Hoenderdaell onder de Natuurschoonwet 1928 afgewezen. Na bezwaar werd een deel van de percelen alsnog gerangschikt, maar het overige deel bleef afgewezen. De rechtbank Alkmaar vernietigde het besluit op bezwaar en verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond, waarna de ministers hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de ministers terecht hadden geoordeeld dat de percelen als landbouwgrond werden gebruikt en dat het braak liggen daarvan niet betekent dat het gebruik als landbouwgrond was onttrokken. De oppervlakte van de landbouwgrond overschreed de toegestane maximale oppervlakte voor rangschikking onder de Natuurschoonwet, waardoor de ministers het verzoek terecht hadden afgewezen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 februari 2009.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij tegen het besluit tot afwijzing van rangschikking van de percelen als landgoed wordt ongegrond verklaard.