ECLI:NL:RVS:2009:BH2519
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering rijksbijdragen Grotius College wegens niet-werkelijk schoolgaande leerlingen
De bestuurscommissie van het Grotius College stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin rijksbijdragen over meerdere bekostigingsjaren werden teruggevorderd omdat 156 alleenstaande minderjarige vreemdelingen weliswaar bij het Grotius College stonden ingeschreven, maar feitelijk onderwijs volgden bij ROC Mondriaan.
De rechtbank verklaarde het beroep van het Grotius College ongegrond, omdat de inschrijving als 'werkelijk schoolgaand' moet berusten op een daadwerkelijke situatie van onderwijs volgen aan die school. Het Grotius College voerde aan dat de bepaling in het Bekostigingsbesluit een fictie inhoudt waarbij alleen de inschrijving op de teldatum bepalend is, maar dit werd door de Raad van State verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de wettelijke bepalingen en de toelichting daarop duidelijk maken dat alleen leerlingen die daadwerkelijk onderwijs volgen aan de school voor voortgezet onderwijs mogen worden meegeteld voor de bekostiging. Ook de forfaitaire vermindering van de terugvordering wegens overheadkosten van 5% werd als redelijk beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Grotius College wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.