ECLI:NL:RVS:2009:BH2522
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- A.W.M. Bijloos
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit terugvordering rijksbijdragen wegens niet-werkelijk schoolgaande leerlingen in voortgezet onderwijs
De minister van Onderwijs heeft de rijksbijdragen voor de stichting Samenwerkingstichting voor BVE en VO in het Westland en de Nieuwe Waterweg Noord over meerdere bekostigingsjaren gewijzigd en een bedrag van €131.954 teruggevorderd. De staatssecretaris heeft dit bedrag op bezwaar verminderd tot €102.844. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de stichting tegen dit besluit ongegrond. De stichting stelde dat ook leerlingen die ingeschreven stonden maar onderwijs volgden bij een samenwerkingspartner, het Albeda College, meegeteld moesten worden voor de bekostiging.
De Raad van State oordeelt dat artikel 7 van Pro het Bekostigingsbesluit WVO vereist dat leerlingen daadwerkelijk onderwijs volgen aan de school van inschrijving om voor bekostiging in aanmerking te komen. De administratieve inschrijving alleen is onvoldoende. Dit volgt uit de tekst, de wetsgeschiedenis en het systeem van bekostiging dat gekoppeld is aan de onderwijsinspanning. Daarnaast is het systeem van bekostiging van verschillende onderwijssoorten gescheiden, waardoor leerlingen die onderwijs volgen bij een andere instelling niet mogen worden meegeteld.
De stichting voerde ook aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was tot wijziging van de bekostiging en dat de forfaitaire korting van 20% op het terug te vorderen bedrag onredelijk was. De Raad van State verwierp deze bezwaren, stellende dat de staatssecretaris redelijk heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders en dat de korting in overeenstemming is met de onderwijsbekostigingssystematiek.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €102.844 bevestigd.