ECLI:NL:RVS:2009:BH2526

Raad van State

Datum uitspraak
6 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200809260/2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
  • M.J. van der Zijpp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.4 Wet milieubeheerArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen revisievergunning veehouderij

Het college van burgemeester en wethouders van Aalten verleende op 12 november 2008 een revisievergunning aan een vergunninghouder voor een veehouderij aan een locatie in Aalten. Dit besluit werd op 13 november 2008 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit hebben Stichting Natuur en Milieu Aalten en een andere verzoeker beroep ingesteld bij de Raad van State.

Beide verzoekers vroegen tevens om een voorlopige voorziening om het besluit voorlopig te schorsen. De voorzitter behandelde de verzoeken tijdens een zitting op 22 januari 2009, waarbij alle betrokken partijen werden gehoord.

De voorzitter overwoog dat de vergunninghouder had verklaard de vergunde uitbreiding pas uit te voeren nadat het besluit onherroepelijk was geworden. Hierdoor ontbrak het aan onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Daarom werden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan op 6 februari 2009 door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in aanwezigheid van de ambtenaar van Staat.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen revisievergunning veehouderij wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

200809260/2.
Datum uitspraak: 6 februari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
1. de stichting Stichting Natuur en Milieu Aalten, gevestigd te Aalten,
2. [verzoeker sub 2], wonend te [woonplaats],
verzoekers,
en
het college van burgemeester en wethouders van Aalten,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 november 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalten (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een veehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 13 november 2008 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben onder meer de stichting Stichting Natuur en Milieu Aalten bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2008, en [verzoeker sub 2] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2008, beroep ingesteld. [verzoeker sub 2] heeft haar beroep aangevuld bij brief van 13 januari 2009.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2008, heeft Stichting Natuur en Milieu Aalten de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker sub 2] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief van 20 januari 2009 heeft [vergunninghouder] nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 22 januari 2009, waar Stichting Natuur en Milieu Aalten, vertegenwoordigd door G.J.W. Krajenbrink en A.H. Stoltenborg, [verzoeker sub 2], vertegenwoordigd door ir. A.K.M. van Hoof, en het college, vertegenwoordigd door H.G. Eskes, zijn verschenen. Verder is daar [vergunninghouder], vertegenwoordigd door J. Bouwman, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [vergunninghouder] heeft in zijn nadere stukken en ter zitting verklaard dat hij de bij het bestreden besluit vergunde uitbreiding van de inrichting pas zal uitvoeren nadat het bestreden besluit onherroepelijk is geworden. Dit in aanmerking genomen bestaat er geen onverwijlde spoed die vergt dat in afwachting van de behandeling van het geding in de bodemprocedure een voorlopige voorziening wordt getroffen. De verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening moeten daarom worden afgewezen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
2.4. Gelet hierop bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst de verzoeken af.
Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.
w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Van der Zijpp
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2009
262.