ECLI:NL:RVS:2009:BH2527
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- T.M.A. Claessens
- C.J.M. Schuyt
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen legesheffing ontheffing motorvoertuig Nationaal Park
Bij besluit van 28 september 2006 verleende het college van burgemeester en wethouders van Heusden aan appellant ontheffing om met een motorvoertuig te rijden op wegen gesloten voor gemotoriseerd verkeer in Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. Voor de behandeling van de aanvraag werd leges geheven van € 13,05. Appellant maakte bezwaar tegen deze leges, dat door de heffingsambtenaar werd afgewezen. De rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellant tegen deze legesheffing eveneens ongegrond.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak moest beoordelen of zij bevoegd was kennis te nemen van dit hoger beroep. De Afdeling oordeelde dat het besluit gebaseerd was op de legesverordening van de gemeente Heusden, welke haar grondslag vindt in artikel 229 van Pro de Gemeentewet en dat de heffing en invordering van leges met toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) geschiedt.
Omdat het besluit als een besluit ingevolge de Belastingwet moet worden aangemerkt, geldt het systeem van rechtsbescherming uit de Awr. Dit houdt in dat belanghebbenden die beroep kunnen instellen bij de rechtbank, hoger beroep kunnen instellen bij het gerechtshof en niet bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verklaarde zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en zond het hogerberoepschrift door aan de belastingkamer van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en verwijst de zaak door naar het gerechtshof.