ECLI:NL:RVS:2009:BH2530
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. Konijnenbelt
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting advocaat van gesubsidieerde asielrechtsbijstand na gegrondverklaring klacht
De raad voor rechtsbijstand heeft een klacht gegrond verklaard tegen een advocaat vanwege tekortkomingen in de verleende asielrechtsbijstand en haar voorwaardelijk uitgesloten voor zes maanden met een proeftijd van een jaar. De advocaat stelde bezwaar in, dat door de raad ongegrond werd verklaard. De rechtbank Leeuwarden vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar.
De raad stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de voorwaardelijke uitsluiting een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht was en of de klacht gegrond was gebaseerd op voldoende feiten en normen. De Raad van State oordeelde dat het bezwaar tegen het besluit ontvankelijk was en dat de rechtbank terecht had overwogen dat de raad onvoldoende feitelijke grondslag had voor het oordeel dat de advocaat in strijd met behoorlijke asielrechtsbijstand had gehandeld.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De advocaat werd dus voorwaardelijk uitgesloten van het verlenen van gesubsidieerde asielrechtsbijstand. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot voorwaardelijke uitsluiting van de advocaat wegens onvoldoende feitelijke grondslag.