Uitspraak
200304211/1geconstateerde bevoegdheidsgebrek is met terugwerkende kracht hersteld door de vaststelling van de beleidsnota door het dagelijks bestuur op 24 februari 2004.
Raad van State
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost/Watergraafsmeer heeft bij besluit van 29 juni 2006 aan appellant opgelegd een drijvend vlot in de Amstel te verwijderen, omdat dit zonder vergunning in strijd was met de Verordening op de haven en het binnenwater 2006 (Vhb 2006). Appellant voerde aan dat het vlot een noodzakelijke toegangsvoorziening was en dat hij over toestemming beschikte op grond van de eerdere verordening uit 1995.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat appellant geen ontheffing of vergunning had en dat het object niet als loopplank kan worden aangemerkt, mede omdat de woonboot op de tweede rij ligt en de toegangsvoorziening via de eerste rij loopt. Het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel worden verworpen, evenals het beroep op een vermeende legalisering door een andere dienst.
De Raad van State overweegt dat handhaving in het algemeen geboden is bij overtreding van wettelijke voorschriften en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die handhaving onredelijk maken. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot handhaving van het drijvend vlot bevestigd.