ECLI:NL:RVS:2009:BH2548
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- P.A. Offers
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing foerageergebieden voor overwinterende ganzen en smienten in de Vechtstreek
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht heeft bij besluit van 21 mei 2007 foerageergebieden voor overwinterende ganzen en smienten in de Vechtstreek aangewezen en begrensd. Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Utrecht, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant stelde dat door de aanwijzing het opbrengend vermogen van zijn landbouwgronden was verminderd, waardoor hij inkomens- en vermogensschade leed. Hij verwees naar een taxatierapport dat een waardedaling van 7% en een schadebedrag van €46.620,- vaststelde. Ook vreesde hij dat pachters pachtverlaging zouden afdwingen.
De Raad van State overwoog dat de aanwijzing geen wijziging van de bestemming of het gebruik van de gronden inhoudt en dat het verbod op het opzettelijk verontrusten van vogels voortvloeit uit de Flora- en Faunawet, niet uit de aanwijzing zelf. Daarom kan de gestelde waardevermindering noch de mogelijke pachtverlaging aan de aanwijzing worden toegerekend.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.