Uitspraak
200501517/1, diende [appellante] binnen twee weken nadat hij van de besluiten op de hoogte raakte een bezwaarschrift in te dienen.
Raad van State
Appellante kreeg toevoegingen verleend door de raad voor rechtsbijstand, welke bij besluiten van 8 en 9 november 2006 werden ingetrokken. De raad verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze besluiten niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde deze beslissing in haar uitspraak van 13 mei 2008.
Appellante stelde dat zij de besluiten niet had ontvangen en dat de raad niet aannemelijk had gemaakt dat deze aan haar waren verzonden. De raad had de besluiten aan haar voormalige gemachtigde verzonden, terwijl deze niet langer haar gemachtigde was vanwege een vertrouwensbreuk. Hierdoor was de wettelijke bekendmaking niet correct verlopen en waren de besluiten niet in werking getreden.
De Raad van State oordeelde dat appellante het bezwaar tijdig had ingediend binnen twee weken na ontvangst van de besluiten via haar voormalige gemachtigde. Daarom was het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vernietigde het besluit van de raad en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van toevoegingen is vernietigd wegens niet-juiste bekendmaking, en het bezwaar van appellante is alsnog gegrond verklaard.