ECLI:NL:RVS:2009:BH2557
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning lozing niet verontreinigd bronneringswater in Arnhem
Het college van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Rivierenland heeft op 8 april 2008 een vergunning verleend aan de gemeente Arnhem voor het lozen van niet verontreinigd bronneringswater op oppervlaktewater tijdens werkzaamheden in Malburgen-centrum. Deze vergunning is ter inzage gelegd en daarop is beroep ingesteld door appellant.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder dat de vergunning niet op juiste wijze was bekendgemaakt, dat de aanvraag niet definitief mocht worden behandeld vanwege ontbrekende vergunningen voor de herinrichting, en dat de vergunning onvoldoende garanties bood dat geen verontreinigd water zou worden geloosd. Ook werd betwijfeld of de lozingslocaties duidelijk waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bezwaren niet slaagden. Het Activiteitenbesluit was niet van toepassing, onregelmatigheden in bekendmaking konden de rechtmatigheid niet aantasten, en de Wvo verplichtte niet tot aanhouding van de aanvraag. Het college had voldoende maatregelen en voorschriften gesteld om verontreiniging te voorkomen, en de gemeente Arnhem was verantwoordelijk voor de kwaliteit van het water. De uitbreiding van lozingspunten in een latere vergunning stond niet ter beoordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het lozen van niet verontreinigd bronneringswater is ongegrond verklaard.