ECLI:NL:RVS:2009:BH2980
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris inzake vrijstelling mvv-vereiste minderjarige schoolgaande kinderen
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel verblijf bij zijn grootmoeder, die tevens zijn wettelijk vertegenwoordiger is. De aanvraag werd afgewezen wegens het niet voldoen aan het mvv-vereiste. Het bezwaar van de vreemdeling werd door de staatssecretaris ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit bij uitspraak van mei 2008.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat hij recht had op vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van artikel 3.71, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, mede vanwege zijn langdurige verblijf bij zijn grootmoeder en zijn integratie in de Nederlandse samenleving. Tevens voerde hij aan dat toepassing van het mvv-vereiste in zijn situatie in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De staatssecretaris kondigde later aan het besluit van 10 oktober 2007 te zullen intrekken vanwege een beleidswijziging die minderjarige schoolgaande kinderen met minimaal drie jaar onafgebroken verblijf in Nederland vrijstelt van het mvv-vereiste. De Raad van State oordeelde dat het besluit van 10 oktober 2007 op een ondeugdelijke motivering berust en daarmee in strijd is met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de staatssecretaris van 10 oktober 2007 vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 10 oktober 2007 wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.