ECLI:NL:RVS:2009:BH2983
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Uitleg artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 over gezinsleden met Nederlandse nationaliteit
De zaak betreft de uitleg van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat bepaalt dat uitzetting achterwege blijft zolang het vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling of diens gezinsleden niet verantwoord is om te reizen. De staatssecretaris van Justitie stelde dat dit artikel niet van toepassing is op gezinsleden die de Nederlandse nationaliteit hebben. De voorzieningenrechter had dit betoog verworpen en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
De Raad van State overweegt dat artikel 64 is Pro bedoeld aan te sluiten bij het oude artikel 25 van Pro de Vreemdelingenwet, waarbij het begrip 'gezinsleden' uitsluitend betrekking heeft op gezinsleden die, net als de vreemdeling zelf, kunnen worden uitgezet. Dit betekent dat gezinsleden met de Nederlandse nationaliteit niet onder artikel 64 vallen Pro. De voorzieningenrechter had dit niet juist beoordeeld.
Daarom vernietigt de Raad van State het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris heeft de juiste uitleg gegeven van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond.