Uitspraak
200807244/1heeft de voorzitter het college opgedragen vóór 2 januari 2009 een besluit te nemen op het bezwaar van [verzoeker] en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.
Raad van State
Verzoeker heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel verzocht handhavend op te treden tegen een koetserij die zonder milieuvergunning aan de betreffende locatie in werking is. Na het uitblijven van een besluit en een bezwaarprocedure heeft het college het verzoek afgewezen. Verzoeker stelde beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek en beperkte de beoordeling tot het aspect van hinder door vrachtverkeer over de inrit van de inrichting. Het college stelde dat de vervoersbewegingen onderdeel zijn van een vergunning krachtens de Hinderwet uit 1982, waarbij het aantal bewegingen niet begrensd is, maar de geluidhinder binnen grenswaarden moet blijven.
Voor het opleggen van een voorlopige voorziening is vereist dat aannemelijk is dat de vrachtwagenbewegingen de geluidgrenswaarden overschrijden. Dit is niet vastgesteld. Tevens is een ontwerpbesluit voor verlening van een milieuvergunning opgesteld en is er concreet zicht op legalisatie. Gezien deze omstandigheden is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot handhaving tegen de koetserij wordt afgewezen.