Uitspraak
200804086/1in de proceskosten veroordeeld. Nu sprake is van samenhangende zaken ziet de Afdeling aanleiding de te vergoeden proceskosten in deze zaak te matigen.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder weigerde op 17 oktober 2006 een bouwvergunning voor het veranderen van een windturbine op een perceel in Noordoostpolder. Tegen dit besluit maakte de wederpartij bezwaar, dat door het college op 6 juni 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zwolle-Lelystad verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond, vernietigde het besluit van het college en herroep het besluit van 17 oktober 2006.
Het college stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil was of de vervanging van de machinegondel van de windturbine een vergroting van de bestaande afwijkingen van het bestemmingsplan betekende, wat volgens het overgangsrecht niet was toegestaan.
De Afdeling oordeelde dat de vervanging van de machinegondel niet leidt tot een vergroting van de bestaande afwijkingen naar de aard. De verandering resulteert niet in een andersoortige windturbine en de afmetingen van de nieuwe machinegondel verschillen niet van de te vervangen. Het betoog van het college dat de overgangsbepaling iedere vergroting van de omvang uitsluit, werd verworpen omdat dit niet in de overgangsbepaling is vastgelegd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij, vastgesteld op €161,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.