Uitspraak
200705396/1, heeft de Afdeling immers geoordeeld dat de hem betreffende verwerkte persoonsgegevens onvoldoende zijn om aannemelijk te maken dat hij zijn recreatieverblijf als hoofdverblijf gebruikte, aldus [appellant]. Voorts betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat de observaties van gemeentelijke toezichthouders bewijs opleveren dat hij een hond zou hebben en dat de bewijslast ter zake op hem rust. [appellant] meent bovendien dat de rechtbank een oordeel had moeten geven over het argument van het college dat de gegevens niet kunnen worden verwijderd zolang zij onderdeel uitmaken van een procesdossier.