ECLI:NL:RVS:2009:BH3230
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- P. Klein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering registratie verklaring van geschiktheid na beroerte
De appellant heeft na twee beroertes in 2004 en 2006 een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen aangevraagd bij het CBR. Na een medisch onderzoek door een neuroloog en een rijtest, die onvoldoende werd beoordeeld, weigerde het CBR de verklaring te registreren. Een herkeuring door een andere neuroloog bevestigde de diagnose van een onbewuste hemianopsie.
De appellant stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en betwistte de diagnose, maar kon dit niet onderbouwen met een deskundigenrapport. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het CBR zijn standpunt redelijk had gebaseerd op de medische rapporten en dat er geen gebreken waren in het onderzoek die een andere uitkomst rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing bevestigt dat medische geschiktheidseisen strikt worden toegepast bij rijbewijzen na ernstige gezondheidsproblemen zoals beroertes.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het CBR om de verklaring van geschiktheid te registreren vanwege medische ongeschiktheid.