Uitspraak
200807114/2geschorst om te vermijden dat in de procedure omtrent de vrijstelling betekenis wordt toegekend aan het plandeel, waarop het perceel betrekking heeft, en uit de inwerkingtreding van dat plandeel zou worden afgeleid dat voormelde bestemming ter plaatse als een gegeven zou moeten worden beschouwd. Anders dan [verzoeker] en anderen betogen, heeft deze uitspraak niet tot gevolg dat voor een goede ruimtelijke onderbouwing van het bouwplan aansluiting dient te worden gezocht bij het geldende bestemmingsplan "Duivendrecht 1962 - uitbreidingsplan in onderdelen". Uit artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, op grond waarvan de onderhavige vrijstelling is verleend, in samenhang gelezen met het eerste lid van dat artikel volgt dat het toelaatbaar is om met het verlenen van de vrijstelling vooruit te lopen op de inwerkingtreding van een toekomstig bestemmingsplan. De inhoud van dat bestemmingsplan kan bij wijze van goede ruimtelijke onderbouwing aan de vrijstelling ten grondslag worden gelegd.