ECLI:NL:RVS:2009:BH3247
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens onduidelijkheid over agrarisch bedrijf op perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede legde aan appellant een dwangsom op wegens het uitoefenen van een tweede agrarisch bedrijf op een perceel, strijdig met het bestemmingsplan "Buitengebied 1996". De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was handhavend op te treden, maar dat onvoldoende was vastgesteld dat de agrarische activiteiten van appellant een reëel agrarisch bedrijf vormden. De rechtbank had onvoldoende rekening gehouden met de feitelijke omstandigheden, zoals het grondareaal en de bedrijfsmatigheid van de activiteiten, en had onjuiste aannames gedaan over het gebruik van grond.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college van 9 maart 2007. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van de bedrijfsmatigheid bij handhaving op grond van bestemmingsplannen.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede tot handhaving is vernietigd wegens onvoldoende bewijs van bedrijfsmatigheid.