ECLI:NL:RVS:2009:BH3961
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vergoeding planschade na wijziging bestemmingsplan paviljoen
Appellant sub 2 verkreeg ondererfpachtrecht op een woning en verzocht om vergoeding van planschade vanwege een wijziging in het bestemmingsplan die het gebruik van een nabijgelegen paviljoen voor horeca toestond. De gemeente Rotterdam wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het beroep van appellant gegrond verklaarde en een vergoeding van €9.500 toekende.
De gemeente stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar erkende ter zitting dat appellant het gebruik van het paviljoen voor horeca niet kon voorzien bij het verkrijgen van het ondererfpachtrecht. Appellant voerde aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het recht om een gevelterras te exploiteren, maar dit werd verworpen omdat het paviljoen geen vrijstelling had voor gebruik van de openbare ruimte als gevelterras.
De gemeente voerde verder aan dat de MGE-bepalingen een gedeeltelijke verzekering van de schade boden, maar dit werd verworpen omdat de verrekening afhankelijk is van een toekomstige en onzekere verkoop. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Rotterdam wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met toekenning van vergoeding planschade en proceskosten aan appellant.