ECLI:NL:RVS:2009:BH3973

Raad van State

Datum uitspraak
25 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200802317/1/M2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.2.1 vergunningArt. 17.1 Wet milieubeheer
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek bestuursrechtelijke handhaving wegens gebruik fakkelinstallatie

Appellant verzocht het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen Orgaworld B.V. wegens overtreding van voorschrift 2.2.1 van de milieuvergunning voor een vergistingsinstallatie. Dit voorschrift beperkt het gebruik van de fakkelinstallatie tot noodgevallen en stilstand van de gasmotor door storing of onderhoud.

Het college wees het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte. Na heroverweging bleef het college bij haar standpunt. Appellant stelde dat de fakkelinstallatie te vaak in werking is en daardoor niet meer als noodgeval kan worden gezien. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat uit het fakkellogboek blijkt dat de incidenten steeds samenhingen met noodgevallen of stilstand wegens storing of onderhoud.

De Afdeling vond dat het gebruik van de fakkelinstallatie niet als overtreding kan worden aangemerkt en dat het college het verzoek terecht heeft afgewezen. De vraag of de incidenten als ongewone voorvallen in de zin van artikel 17.1 Wet milieubeheer kunnen worden aangemerkt, was niet relevant voor het oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot bestuursrechtelijke handhaving wegens het gebruik van de fakkelinstallatie is ongegrond verklaard.

Uitspraak

200802317/1/M2.
Datum uitspraak: 25 februari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij brief van 27 juni 2007 heeft [appellant] het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) verzocht om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen jegens Orgaworld B.V. wegens overtreding van onder meer voorschrift 2.2.1 van de bij besluit van 1 maart 2005 krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunning voor een vergistingsinstallatie op het perceel Elsendorpseweg 6 te Gemert-Bakel.
Tegen het uitblijven van een besluit op dit verzoek is door [appellant] bij brief van 19 september 2007 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 19 februari 2008, voor zover thans van belang, heeft het college, na gegrondverklaring van het bezwaar, in het kader van de heroverweging in bezwaar besloten het verzoek om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen wegens strijd met voorschrift 2.2.1 af te wijzen.
Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 april 2008, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 februari 2009, waar [appellant], in persoon, en het college, vertegenwoordigd door J.J.A.M. Bertens, bijgestaan door ing. J.B.G. Simons, zijn verschenen. Voorts is Orgaworld B.V., vertegenwoordigd door mr. M. Bos, advocaat te Rosmalen, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. [appellant] betoogt dat het college zijn verzoek om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen wegens strijd met voorschrift 2.2.1 ten onrechte heeft afgewezen. Dit voorschrift staat volgens [appellant] enkel toe dat de fakkelinstallatie van de inrichting in werking is bij een noodgeval. In de praktijk is de fakkelinstallatie zodanig vaak in werking dat niet meer van een noodgeval kan worden gesproken, aldus [appellant]. De installatie functioneert volgens hem gewoon niet goed. Hij betwist in dit verband ook het standpunt van het college dat het herhaaldelijk in werking zijn van de fakkelinstallatie als een ongewoon voorval als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer kan worden aangeduid.
2.2. In voorschrift 2.2.1 is bepaald dat de fakkelinstallatie uitsluitend in noodgevallen, tijdens stilstand wegens storingen en onderhoud van de gasmotor, in gebruik mag zijn.
2.3. Voorschrift 2.2.1 staat toe dat de fakkelinstallatie in werking is bij noodgevallen en bij stilstand van de gasmotor als gevolg van een storing of onderhoud. Uit het voorschrift kan wat betreft de daarin vermelde situaties, anders dan [appellant] wenst, geen beperking in de frequentie en duur van het gebruik van de fakkelinstallatie worden afgeleid. De Afdeling acht, mede gelet op de gegevens vermeld in het zogenoemde fakkellogboek, aannemelijk dat het bij de incidenten met de fakkelinstallatie die door [appellant] aan zijn handhavingsverzoek ten grondslag zijn gelegd steeds ging om een noodgeval of een stilstand van de gasmotor als gevolg van storing of onderhoud. Het in werking zijn van de fakkelinstallatie kan dan niet als een overtreding van voorschrift 2.2.1 worden aangemerkt, zodat het college het verzoek om toepassing van bestuursrechtelijke handhavingsmiddelen wegens strijd met dit voorschrift reeds daarom terecht heeft afgewezen. Of de incidenten met de fakkelinstallatie aangemerkt kunnen worden als ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 17.1 van de Wet milieubeheer, is voor dit oordeel niet van belang en kan daarom buiten beschouwing blijven.
2.4. Het beroep is ongegrond.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. W. Sorgdrager, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Van Grinsven
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2009
462.