ECLI:NL:RVS:2009:BH3986
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- H. Borstlap
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning opslag diermeel wegens milieuoverwegingen
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 17 maart 2008 een revisievergunning aan een vergunninghoudster voor een inrichting voor opslag van diermeel. Deze vergunning werd op 27 maart 2008 ter inzage gelegd. Appellanten dienden tegen dit besluit beroep in bij de Raad van State.
De appellanten stelden dat de opslag niet in een gesloten ruimte plaatsvond en dat de storthoogte te hoog was, wat stofhinder veroorzaakte. Ook werd aangevoerd dat geluidvoorschriften niet werden nageleefd en dat vrachtwagens de bermen vernielden. Daarnaast werd betwist dat de geurvoorschriften konden worden nageleefd, mede omdat het geurrapport waarop het college zich baseerde niet representatief zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de klachten over de naleving van voorschriften geen betrekking hadden op de rechtmatigheid van de vergunning zelf en dat geluidshinder en bermvernieling handhavingskwesties zijn. Het geurrapport werd als representatief beoordeeld, mede vanwege de uitgevoerde metingen en het gebruikte rekenmodel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning voor opslag van diermeel wordt ongegrond verklaard.