Uitspraak
200800675/1/R2op het beroep van de stichting en andere in de procedure betreffende het verzoek om handhavend op te treden tegen de werkzaamheden aan de spoorlijn Budel-Weert, overwogen dat de werkzaamheden aan en het gebruik van de spoorlijn in het onderhavige geval als één project voor de beoordeling van de vergunningplicht krachtens de Nbw 1998 dienen te worden aangemerkt. Gelet hierop dient te worden bezien of de werkzaamheden aan en het gebruik van de spoorlijn, als zijnde één project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen die zijn geformuleerd voor de speciale beschermingszones "Weerter- en Budelerbergen", "Weerterbos" en "Ringselven en Kruispeel", zou kunnen leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor die gebieden zijn aangewezen. De minister heeft dit miskend.
200800675/1/R2, die eveneens op de zitting van 12 januari 2009 is behandeld, naar het oordeel van de Afdeling als samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht moeten worden aangemerkt, en de minister in die zaak in de bij de stichting en andere in verband met de behandeling van beroep opgekomen proceskosten is veroordeeld, bestaat in deze zaak geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.