ECLI:NL:RVS:2009:BH4195
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring ondanks aanwezigheid criminele antecedenten
Appellant is op 8 december 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege vermoedens dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken, onder andere wegens het gebruik van een vals document en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De Raad van State overweegt dat de rechtbank ten onrechte doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan de criminele antecedenten bij de belangenafweging. Echter, omdat de gronden voor bewaring niet zijn bestreden en geen sprake is van disproportionele schade, wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.