ECLI:NL:RVS:2009:BH4617
Raad van State
- Hoger beroep
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bouwvergunning tijdelijke opslagloods wegens ontbreken nieuwe feiten
Het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente wees op 9 juni 2006 de aanvraag van appellant om een bouwvergunning voor een tijdelijke opslagloods af, verwijzend naar een eerder besluit van 21 oktober 2003 waarin een vergelijkbare aanvraag was geweigerd. Appellant stelde dat er sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden omdat de eerdere aanvraag door een gemachtigde was ingediend en hijzelf niet op de hoogte kon zijn van het eerdere bouwplan.
De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de aanvraag van 31 maart 2006 inhoudelijk gelijk was aan de aanvraag van december 2002. De Raad van State bevestigt deze uitspraak, stellende dat het enkele feit dat de aanvraag nu op naam van appellant staat geen nieuw feit of omstandigheid vormt. De verschillen in bouwtekeningen en locaties waren te gering om van een ander bouwplan te spreken.
Omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had vermeld, mocht het college de aanvraag afwijzen op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Raad van State ziet geen reden om de eerdere uitspraak te vernietigen en bevestigt de afwijzing van de bouwvergunning. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de bouwvergunning wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.