Uitspraak
200602010/1, heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, overwogen dat het verzoek van [appellant sub 2] ziet op vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden ten gevolge van de bepalingen van het bestemmingsplan "Buitengebied Horst 1997", welk nadeel zou zijn gelegen in de beperking van de op grond van de in het voormalige bestemmingsplan "Buitengebied Horst, 4e herziening" (hierna: de 4e herziening) bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden van zijn perceel alsook in het vervallen van de daarin opgenomen mogelijkheid de bestemming van zijn perceel zodanig te wijzigen dat een bedrijfswoning kan worden gebouwd. De Afdeling heeft voorts overwogen dat niet in geschil is dat [appellant sub 2] door de bestemmingswijziging in een planologisch nadeliger situatie is komen te verkeren waardoor hij schade lijdt. De Afdeling heeft de uitspraak van de rechtbank van 26 januari 2006, zaak nr. 05/792, vernietigd omdat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de raad op goede gronden heeft geconcludeerd dat [appellant sub 2] het risico van de door het bestemmingsplan "Buitengebied 1997" veroorzaakte planschade passief heeft aanvaard, zodat de negatieve financiële gevolgen daarvan redelijkerwijs voor zijn rekening konden blijven. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, heeft de Afdeling het beroep gegrond verklaard en het besluit op bezwaar van 19 april 2005 vernietigd.