Uitspraak
200306611/1overwogen dat de omstandigheid dat een bestemmingsplan met uitwerkingsplicht van toepassing is, niet mee brengt dat het desbetreffende bestuursorgaan geen gebruik mag maken van de in de WRO verleende bevoegdheid vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen.
200201760/1), worden aan de ruimtelijke onderbouwing van een project minder zware eisen gesteld, naarmate de inbreuk van dat project op het bestaande planologische regime geringer is. In dit geval is het bouwplan slechts in strijd met het bestemmingsplan, omdat geen uitwerkingsplan is vastgesteld en het aantal woningen meer dan 200 bedraagt. De rechtbank heeft terecht de functie van het project ten behoeve van woningbouw niet in strijd met de bestemming geacht en in aanmerking genomen dat ook het maximaal aantal bouwlagen, de maximale bouwhoogte of andere bouwvoorschriften niet worden overschreden en terecht overwogen dat derhalve geen grote inbreuk op het planologische regime is voorzien. Dat in een uitwerkingsplan mogelijk meer bouwvoorschriften zouden zijn gegeven dan thans in het bestemmingsplan is gebeurd, komt niet de betekenis toe die [appellanten sub 2] daaraan gehecht willen zien, nu het geldende planologische regime wordt bepaald door het bestemmingsplan. Evenmin kunnen [appellanten sub 2] worden gevolgd in hun betoog dat de rechtbank heeft miskend dat het bouwplan vanwege de omvang niet in de omgeving past, aangezien het plan, zowel wat betreft de hoogte, als het aantal bouwlagen, in overeenstemming is met het bestemmingsplan.