ECLI:NL:RVS:2009:BH5543
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 28 februari 2007 een boete van €8.000 op aan de wederpartij wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het boetebesluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de bewijsvoering in het boeterapport onvoldoende was om vast te stellen dat de vreemdeling arbeid in opdracht of ten dienste van de wederpartij had verricht. Het proces-verbaal vermeldde niet de omvang van de werkzaamheden en er was geen aanvullend onderzoek gedaan naar relevante omstandigheden. Ook de verklaringen van de vreemdeling en de persoon met wie hij was aangetroffen boden onvoldoende aanknopingspunten.
Gelet hierop concludeerde de Raad dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de minister niet bevoegd was tot het opleggen van de boete. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij en werd een griffierecht geheven van €433. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 11 maart 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.