ECLI:NL:RVS:2009:BH5623
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning na taalanalyse en PTSS-beoordeling
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af, mede gebaseerd op een taalanalyse die twijfel zaaide over de nationaliteit van de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling tijdens de gehoren in staat was consistent en adequaat te verklaren, ondanks de aanwezigheid van een PTSS, en dat de IQ-test en psychotherapeutische verklaringen geen aanleiding gaven tot nader onderzoek. De taalanalyse door het BLT werd als voldoende draagkrachtig beoordeeld, waarbij de contra-expertise onvoldoende concrete aanknopingspunten bood om de conclusie te weerleggen.
Verder werd geoordeeld dat de vreemdeling niet voldeed aan de voorwaarden voor een ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier, omdat hij op het moment van het besluit meerderjarig was. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro wegens medische omstandigheden werd verworpen omdat geen sprake was van een vergevorderde, levensbedreigende ziekte.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bekrachtigd.