ECLI:NL:RVS:2009:BH5852
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning studie voortgezet onderwijs
De vreemdeling heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking studie aan voortgezet of beroepsonderwijs. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond van artikel 3.41 van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat niet aannemelijk was dat de opleiding of een soortgelijke opleiding niet bestond in het land van herkomst, Japan.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij zij oordeelde dat alleen een verklaring van het Japanse Ministerie van Onderwijs als bewijs volstond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat deze eis niet uit de wet volgt en dat andere stukken ook als bewijs hadden moeten worden meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de door de vreemdeling overgelegde stukken had moeten betrekken en vernietigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens beoordeelde de Afdeling het besluit van de staatssecretaris inhoudelijk en verklaarde het beroep ongegrond omdat Japan als hooggeïndustrialiseerd land wordt aangemerkt en de opleiding niet aannemelijk een positieve bijdrage levert aan de ontwikkeling van dat land.
De Afdeling wees het beroep af en bevestigde het besluit van de staatssecretaris. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.