ECLI:NL:RVS:2009:BH6332
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- J.J. den Broeder
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verplichting deelname educatieve maatregel alcohol en verkeer opgelegd door CBR
De stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde verzoeker bij besluit van 13 juli 2007 de verplichting op deel te nemen aan een educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA). Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het CBR op 27 mei 2008 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker op 21 januari 2009 ongegrond. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek op 5 maart 2009 en overwoog dat de inhoudelijke beoordeling van de aangevoerde bezwaren, waaronder het betwisten van de ademanalyse uit 2003 en het ontbreken van een tegenonderzoek, beter in de bodemprocedure kan plaatsvinden. Het belang van verzoeker bij schorsing werd afgewogen tegen het belang van het CBR bij spoedige uitvoering van de maatregel vanwege verkeersveiligheid.
De voorzitter concludeerde dat het belang van verzoeker zwaarder weegt, mede omdat het primaire besluit al uit 2007 dateert. Daarom werd de schorsing van de besluiten van 13 juli 2007 en 27 mei 2008 bevolen. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker.
Uitkomst: De voorzitter schorst de besluiten van het CBR tot deelname aan de EMA en veroordeelt het CBR tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.