ECLI:NL:RVS:2009:BH6336
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- W. van den Brink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering vrijstelling bouwplan berging en carport
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 12 januari 2007 een vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een berging en carport op een perceel in Breda. Wederpartijen maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college op 10 april 2007 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Breda verklaarde het beroep van wederpartijen gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 20 januari 2009. De kern van het geschil betrof de vraag of de carport als een bijgebouw moest worden aangemerkt en daarmee de maximale toegestane oppervlakte van bijgebouwen in het bestemmingsplan werd overschreden.
De Afdeling oordeelde dat de carport geen gebouw is omdat deze niet geheel of gedeeltelijk omsloten is door wanden en niet constructief verbonden is met de berging en garage. Hierdoor wordt de maximale oppervlakte voor bijgebouwen slechts met circa 5 m² overschreden, wat binnen de beleidsregels valt. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.