ECLI:NL:RVS:2009:BH7670

Raad van State

Datum uitspraak
19 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200900702/2/H1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • T. van Goeverden-Clarenbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor eengezinswoningen in Schoonhoven

Het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven verleende op 26 juni 2007 een bouwvergunning aan een vergunninghoudster voor het oprichten van tien eengezinswoningen op percelen aan de Koninginnekruid en de Waterviolier. Na een gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar door het college in augustus 2008 en een daaropvolgende herroeping en verlening van vrijstelling en bouwvergunning, verklaarde de rechtbank 's-Gravenhage in december 2008 het beroep van verzoekers ongegrond.

Verzoekers stelden vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in om het besluit van 20 augustus 2008 te schorsen. Zij voerden aan dat zonder schorsing in april 2009 met de bouw zou worden begonnen, waardoor onomkeerbare situaties zouden ontstaan.

Tijdens de zitting op 12 maart 2009 werd echter duidelijk dat slechts twee van de tien woningen waren verkocht en dat de bouw pas zou aanvangen bij verkoop van zeven woningen. Hierdoor was niet aannemelijk dat op korte termijn met de bouw zou worden gestart, zodat het spoedeisend belang ontbrak.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot verlening van de bouwvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200900702/2/H1.
Datum uitspraak: 19 maart 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van onder meer:
[verzoekers], allen wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 december 2008 in zaken nrs. 08/7154 en 08/7153 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] bouwvergunning verleend voor het oprichten van tien eengezinswoningen op de percelen aan de Koninginnekruid en de Waterviolier, kadastraal bekend gemeente Schoonhoven, sectie E, nummer 1095, 1096 en 1099.
Bij besluit van 20 augustus 2008 heeft het college het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, dat besluit herroepen en vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het desbetreffende bouwplan.
Bij uitspraak van 15 december 2008, verzonden op 16 december 2008, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 januari 2009, hoger beroep ingesteld. Voorts
hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 maart 2009, waar [3 verzoekers] in persoon en het college, vertegenwoordigd door drs. C.L. Mes en J. Kok, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door mr. M.Y.C.L. de Wit, advocaat te Rotterdam, en ing. J. van der Bas, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. [verzoekers] hebben de voorzitter verzocht het besluit van 20 augustus 2008 te schorsen. Als spoedeisend belang dat daartoe noopt hebben zij aangevoerd dat zonder zodanige voorziening in april 2009 met de bouw van de woningen een aanvang zal worden gemaakt en daarmee onomkeerbare omstandigheden in het leven worden geroepen.
2.2. Ter zitting is zijdens [vergunninghoudster] medegedeeld dat twee van de tien woningen schriftelijk zijn verkocht, voor vier andere belangstelling bestaat en met de bouw eerst zal worden begonnen, wanneer er zeven zijn verkocht.
2.3. Nu dat nog niet het geval is en derhalve niet aannemelijk is dat op korte termijn met de bouw zal worden begonnen, is van spoedeisend belang bij de verzochte voorziening niet gebleken en dient het verzoek reeds om die reden te worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2009
488.