Uitspraak
200803741/1, is dit standpunt van de minister juist.
Raad van State
De minister van Verkeer en Waterstaat legde [appellante], een touringcarbedrijf, een boete op wegens het niet naleven van rusttijden zoals voorgeschreven in het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv) en Europese verordeningen. De kern van het geschil betreft of de tijd die bestuurders besteden aan het reizen naar een locatie waar zij een tachograafuitgerust voertuig overnemen, als werktijd moet worden geregistreerd en of de locatie als exploitatiecentrum kan worden aangemerkt.
De rechtbank Zutphen oordeelde dat alle reistijd naar de plaats van voertuigovername moet worden meegerekend, ongeacht of deze plaats als exploitatiecentrum kan worden beschouwd. [Appellante] betoogde dat het begrip exploitatiecentrum wel relevant is en dat het pand in Maarheeze als zodanig moet worden aangemerkt. De minister handhaafde het standpunt dat dit pand geen exploitatiecentrum is.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeert dat het begrip exploitatiecentrum niet eenduidig is gedefinieerd in de relevante Europese regelgeving en jurisprudentie en dat nadere uitleg nodig is. Daarom verzoekt zij het Hof van Justitie om prejudiciële uitspraak over de interpretatie van dit begrip en over het verschil in beoordeling van rusttijd afhankelijk van de wijze waarop de bestuurder naar de plaats van voertuigovername reist. Totdat het Hof van Justitie uitspraak doet, wordt het hoger beroep geschorst.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie.