ECLI:NL:RVS:2009:BH8572
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- P.B.M.J. van der Beek Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verblijfsvergunning aan gezinsleden vreemdeling met artikel 1(F) Vlv
De zaak betreft het hoger beroep tegen de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een vreemdeling en haar kinderen, gezinsleden van een vreemdeling aan wie artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen. De vreemdeling voerde aan dat zij zelfstandige asielgronden had en dat het driejarenbeleid onjuist werd toegepast.
De staatssecretaris verwees naar het beleid neergelegd in de Vreemdelingencirculaire 2000 en de brief van 28 november 1997, waarin is bepaald dat gezinsleden van een vreemdeling die zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige gedragingen niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van tijdsverloop, tenzij zij zelfstandige asielgronden kunnen aantonen. De rechtbank volgde dit beleid en wees het beroep af.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het beleid correct is toegepast en dat het driejarenbeleid niet van toepassing is op gezinsleden die onder artikel 1(F) vallen, tenzij zelfstandige asielgronden worden aangetoond. De grief dat het tussentijds bericht vreemdelingencirculaire niet was betrokken faalde eveneens. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning aan de gezinsleden wordt bevestigd.