Uitspraak
200509405/1), een verharding geen bouwwerk is, faalt dit betoog.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland heeft [appellante] op 10 oktober 2006 gelast de klinkerverharding op haar perceel te verwijderen omdat deze zonder aanlegvergunning was aangebracht in strijd met het bestemmingsplan "Weerselose Markt". Het perceel heeft de bestemming "Groen Afscherming" en het aanleggen van verhardingen is zonder vergunning verboden.
De rechtbank Almelo heeft het beroep van [appellante] tegen dit handhavingsbesluit ongegrond verklaard. [appellante] stelde onder meer dat de klinkerverharding onder het overgangsrecht viel, dat het werk geringe omvang had en dat handhaving onevenredig was. De Raad van State oordeelt dat de klinkerverharding niet onder het overgangsrecht valt omdat op de peildatum geen klinkerverharding aanwezig was, dat het vervangen van de inrit niet als geringe werkzaamheden kan worden aangemerkt en dat het college terecht handhavend heeft opgetreden.
Verder is geoordeeld dat het belang van een goed afwateringssysteem losstaat van de noodzaak van verharding en dat de ontsluitingsroute bij calamiteiten niet over het perceel loopt. Het verzoek tot legalisering op grond van landschappelijke inpassing faalt omdat het college aannemelijk heeft gemaakt dat de verharding de landschappelijke waarden onevenredig aantast. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het besluit van het college.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verwijdering van de klinkerverharding wordt bevestigd.