Uitspraak
200607283/1) moet niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan een veranderde omgeving, worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van Pro de Ffwet. Voor zover het onderhavige plan het leefgebied van de kamsalamander en de alpenwatersalamander wijzigt, hebben [appellanten], mede gelet op de afstand tussen de voortplantingswateren en de winterverblijfplaatsen enerzijds en de locatie waar de bouwactiviteiten zullen plaatsvinden anderzijds, niet aannemelijk gemaakt dat de uitvoering van het plan leidt tot een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van Pro de Ffwet. Gelet op het voorgaande was ten tijde van de goedkeuring van rechtswege geen sprake van een situatie waarin de Ffwet in zoverre aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg stond.