Uitspraak
200704391/1) met betrekking tot de weigering van een bouwvergunning voor onder meer de door [appellanten sub 1] gewenste bedrijfswoning, is reeds geoordeeld dat de ambtenaar die de toezegging zou hebben gedaan, niet bevoegd was op aanvragen om bouwvergunning te beslissen, zodat [appellanten sub 1] reeds hierom aan deze informatie volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling niet het gerechtvaardigd vertrouwen konden ontlenen dat het college van burgemeester en wethouders de voor het bouwplan benodigde vrijstelling en bouwvergunning zou verlenen. Nu de desbetreffende ambtenaar evenmin bevoegd was tot het vaststellen van een bestemmingsplan, faalt het betoog van [appellanten sub 1] op het vertrouwensbeginsel.